Boeddhisme en de Maatschappij

Het boeddhisme is in haar lange historie nog nooit de oorzaak geweest voor een oorlog. Al voeren de boeddhistische landen wel oorlog, dit wordt gedaan met het begrip dat het slecht is en tegen de leer van Boeddha ingaat. In het boeddhisme is er geen excuus voor het gebruiken van geweld.

"Haat eindigt niet door haat.
Haat eindigt door liefde.
Dit is een eeuwige wet."

— Boeddha (Dhammapada vers 5)

Het boeddhisme heeft een vreedzame invloed op de maatschappij. In boeddhistische culturen zijn deugden als het streven naar vriendelijkheid, compassie, harmonie, kalmte en acceptatie duidelijk aanwezig. Ook vreugde en uitbundigheid worden in boeddhistische landen geaccepteerd.

Veel boeddhisten kennen veel belang toe aan de goden en geesten zoals die in de boeddhistische kosmos voorkomen. De leer erkent immers het bestaan van totaal andere bestaanswerelden, variƫrend van bijna hemelse omstandigheden waar de goden verblijven, maar ook van helse bestaanswerelden. De geboorte als mens wordt daar als een middenweg gezien tussen vrijwel uitsluitend genot, en het schier uitzichtloze lijden in de hellen. De meeste boeddhisten leven erkennen ook het bestaan van geesten (onzichtbare dier-achtige wezens) die men te vriend kan houden door het offeren van voedsel, bloemen, kaarsen en wierook.

De reden dat wezens in deze verschillende bestaanswerelden terechtkomen is te vinden in het principe van karma.